Teren op de roem is eerder regel dan uitzondering bij de meest succesvolle popgroepen uit de geschiedenis van de popmuziek. De eerste groep die bestand bleek tegen het verder commercieel uitmelken van hun verleden, terwijl de magie was verdwenen: uiteraard The Beatles. Kort na hun meesterwerk ‘Abbey Road’ (1969) gingen de Fab Four elk hun eigen weg.

Twaalf jaar later deed het legendarische Zweedse kwartet Abba feitelijk hetzelfde door na hun beste album ‘The Visitors’ (1981) onverwacht de stekker er uit te trekken. Tien jaar geleden schreef er op dit blog al over in het artikel ‘Waarom Abba nooit meer bij elkaar komt‘.

R.E.M.
Persoonlijk vind ik dat de Amerikaanse rockgroep R.E.M. in hetzelfde rijtje past. Na een reeks succesvolle albums verdwenen zij zonder daar al teveel ruchtbaarheid aan te geven in de anonimiteit.
Dat bleef zo tot juni vorig jaar toen Michael Stipe (zang), Peter Buck (gitaar), Mike Mills (basgitaar) en Bill Berry (drums) werden opgenomen in de Songwriters Hall of Fame en ter gelegenheid daarvan onverwacht nog één keer hun grootste hit ‘Losing my religion’ live te spelen.

In Nederland trok deze spontane ‘reünie’ geen media-aandacht. De Belgische VRT wijdde er een uitgebreid artikel aan, inclusief een snipper van dat éénmalige optreden.