Met de opkomst van fotografie in het midden van de late 19e eeuw begon langzaam de overgang van een literaire naar een meer op beeld gebaseerde traditie. Toen de cameras rond 1890 lichter en daarmee ook wendbaarder werden, groeide de mogelijkheden om van fotos meer artistieke beelden te maken. Een artikel over het vroege werk van Heinrich Kühn bevat een aantal verbluffende voorbeelden waarbij de Duitser met zijn fotos de schilderkunst evenaarde vanwege hun impressionistische schoonheid.

Kühn was de zoon van succesvolle handelaren. Hij werd geboren in Dresden en studeerde geneeskunde en wetenschap. Hij gaf zijn studies op om zich te concentreren op fotografie. Hij kon dit doen vanwege een toelage die hij van zijn vader had geërfd. Hij verhuisde naar Wenen en werd lid van de ‘Wiener Kleeblatt’, een foto vereniging met grote invloed.


Het waren de pioniersjaren van autochroom, het eerste procedé in de fotografie dat kleurenfotografie mogelijk maakte. En Kühn was er een meester in. Vanaf 1890 begon hij te werken aan het maken van zijn ‘totale kunst’-foto’s, waarbij hij zijn vrouw en kinderen vaak voor zijn camera liet optreden.

Christina in rood | Paradijsvogels Magazine

In Paradijsvogels Magazine aandacht voor het werk van Kühn’s generatiegenoot Mervyn O’Gorman die gebruik maakte van dezelfde ingewikkelde autochroom-techniek. Daarbij worden glazen platen gebruikt die je vervolgens insmeert met aardappelzetmeel. O’Gorman maakte op deze manier in 1913 prachtige foto’s van zijn dochter Christina, gekleed in kleurig rood tegen de achtergrond van het Britse landschap.

Omdat in de foto’s verder weinig te zien is wat het tijdperk aanduidt, krijgen de de beelden een bijzondere, tijdloze lading: ze zouden evengoed voor een vintage reportage gemaakt kunnen zijn voor een hedendaags tijdschrift.
bron